De monteur die na acht maanden weer vertrekt

De monteur die na acht maanden weer vertrekt

In het kort

  • Een monteur die binnen een jaar weer vertrekt kost je meer dan een misgelopen opdracht: werving, inwerken, en de klantkennis die meeloopt de deur uit.
  • Volgens prognoses van Wij Techniek heeft de sector tot 2030 meer dan 120.000 nieuwe technici nodig. De instroom uit het beroepsonderwijs haalt dat niet.
  • Vier redenen die monteurs zelf noemen als ze vertrekken — en wat je er als klein bedrijf aan kunt doen zonder salarisverhoging.

Je zoekt maanden. Je vindt eindelijk iemand. Je steekt er een half jaar inwerken in. En dan zegt hij na acht maanden op.

Dit is voor veel installatiebedrijven een duurder probleem dan een verloren aanbesteding, maar het staat nergens op een factuur. Daarom rekenen weinig bedrijven het door.

1. Wat het echt kost

Reken het eens uit voor je eigen bedrijf:

  • Werving. Een advertentie, of een bureau dat een maandsalaris of meer rekent.
  • Inwerken. De eerste maanden draait hij niet volledig mee, en een ervaren collega draait ook minder omdat hij meeloopt. Twee man op halve kracht is duurder dan de meeste mensen denken.
  • Fouten in de leerperiode. Hoort erbij, maar een terugkomer kost je alsnog een dagdeel.
  • De klantkennis. Dit is de post die niemand meerekent. Welke ketel op welke zolder staat, bij welke klant de hond loslopend in de tuin is, waar de hoofdkraan zit in dat oude pand. Die kennis loopt mee de deur uit.

Bij elkaar zit je al snel op duizenden euro's per vertrek, plus een periode waarin je nee moet verkopen omdat je onderbezet bent.

En dit wordt niet makkelijker. Volgens prognoses van Wij Techniek heeft de sector tot 2030 meer dan 120.000 nieuwe technici nodig, en de traditionele instroom uit het beroepsonderwijs haalt dat niet. Iemand die je nu hebt, is de komende jaren moeilijker te vervangen dan hij was toen je hem aannam.

2. De vier redenen die monteurs zelf noemen

“Ik wist nooit waar ik aan toe was”

De planning verandert drie keer per dag, hij hoort 's ochtends om half acht waar hij heen moet, en of hij om vier uur klaar is hangt af van wat er tussendoor komt. Dat slijt harder dan zwaar werk.

Wat helpt: een planning die een dag vooruit vaststaat en die hij zelf kan zien. Niet perfect, wél zichtbaar. Een monteur die zijn eigen week kan inzien, belt je ook niet meer over wat hij morgen doet.

“Ik was meer tijd kwijt aan papier dan aan techniek”

Bonnen uittypen, urenbriefjes inleveren, materiaallijstjes op een kladje. Niemand kiest voor dit vak om 's avonds administratie te doen.

Wat helpt: laat hem het invullen waar hij staat, op zijn telefoon, en zorg dat het daarna nergens meer overgetypt hoeft te worden. Dat scheelt hem een half uur per dag en jou de discussie erover.

“Als ik iets vroeg, kwam er geen antwoord”

Een onbekende foutcode, een merk dat hij niet kent, een klacht die hij niet thuisbrengt. Hij belt, kantoor heeft het druk, en hij lost het zelf maar op. De keer daarna belt hij niet meer.

Wat helpt: zorg dat hij ter plekke iets kan opzoeken zonder iemand te hoeven bellen. Foutcodes per merk, klachtdiagnoses, wat er bij dat toestel eerder is gedaan. Dat geeft hem het gevoel dat hij zijn werk aankan, en dat is precies wat mensen bindt.

“Niemand zei ooit dat het goed was”

De klassieker, en de goedkoopste om op te lossen. In de meeste installatiebedrijven hoor je alleen iets als het mis is gegaan.

Wat helpt: noem één concrete zaak per week. Niet “goed bezig”, maar “die storing bij Jansen had ik ook niet zo snel gevonden”. Het kost je niets en het werkt beter dan een kerstpakket.

3. Wat je als klein bedrijf kunt doen dat een groot bedrijf niet kan

Je kunt niet het hoogste salaris betalen. Dat hoeft ook niet, want daar win je het nooit van een concern. Waar je wel op kunt winnen:

  • Zeggenschap. Laat hem meedenken over zijn eigen planning en over hoe een klus wordt aangepakt. Bij een groot bedrijf krijgt hij een bon, bij jou een gesprek.
  • Variatie. Niet tien weken achter elkaar hetzelfde. Wissel storingen af met vervangingen en projectwerk.
  • Vakmanschap serieus nemen. Ruimte voor een cursus, de goede meetapparatuur, en niet altijd “dat kan wel even snel”.
  • Duidelijkheid over waar hij naartoe kan. Ook zonder formele functiehuizen: wat moet hij kunnen om over twee jaar zelfstandig de grote klussen te draaien?

4. Het gesprek dat je binnen drie maanden voert

De meeste mensen die vertrekken hebben dat maanden eerder al besloten. Voer daarom na ongeveer drie maanden een kort gesprek met deze drie vragen:

  1. Wat kost je hier de meeste tijd waar je niets aan hebt?
  2. Wat had je willen weten voordat je begon?
  3. Waar loop je vast zonder dat je er iemand over belt?

Die derde is de belangrijkste. Daar zit meestal precies het punt waarop iemand het gevoel krijgt dat hij er alleen voor staat.

De rekensom die de moeite waard is

Tel voor jezelf eens op: hoeveel mensen zijn er de afgelopen drie jaar vertrokken binnen een jaar, en wat kostte elke vervanging aan werving, inwerken en misgelopen werk?

Bij de meeste bedrijven staat daar een bedrag waar je van schrikt. En het grootste deel daarvan was niet met geld op te lossen, maar met duidelijkheid.


InstallatieTools
Voor installateurs, door installateurs.

Terug naar blog