Het anti-legionellaprogramma staat aan. En toch is de installatie niet veilig

Het anti-legionellaprogramma staat aan. En toch is de installatie niet veilig

In het kort

  • Legionella vermeerdert zich vooral tussen ongeveer 30 en 50 °C. Boven 50 °C stopt de groei, boven 60 °C sterft de bacterie af.
  • Warmtepompen en warmtepompboilers werken standaard op 45 tot 55 °C — precies langs de rand van die zone.
  • Het wekelijkse anti-legionellaprogramma is geen garantie. Zit het verwarmingselement te hoog in het vat, dan wordt alleen de bovenste helft heet.
  • De gevaarlijkste situatie is een piektap: het warme deel wordt leeggetrokken en daarna komt er koeler water uit de onderkant.
  • Meten bij het tappunt zegt daarover niets. Je moet weten wat er onderin het vat gebeurt.

We verlagen overal de temperaturen. Lagere aanvoer voor een hoger rendement, lagere boilertemperatuur om het opwarmen betaalbaar te houden. Voor de verwarmingskant is dat prima. Voor het tapwater ligt het anders, want daar zit een bacterie die het precies bij die temperaturen naar de zin heeft.

Het RIVM meldt jaarlijks honderden legionellabesmettingen, met een stijgende trend over de langere termijn. Tegelijk verschuift de hele woningvoorraad van hoge naar lage temperatuur. Dat is geen prettige combinatie, en het maakt tapwater een onderdeel van je vak waar je niet meer op routine kunt varen.

1. De temperatuurzones, en waarom 55 zo krap is

Legionella pneumophila is verantwoordelijk voor het overgrote deel van de ernstige gevallen. De bacterie doet het goed in stilstaand, lauw water:

  • Onder circa 20 °C gebeurt er weinig.
  • Tussen circa 30 en 50 °C ligt het groeigebied. Daar vermenigvuldigt hij zich.
  • Boven 50 °C stopt de vermeerdering, maar sterft hij niet af.
  • Boven 60 °C gaat hij dood, en hoe hoger de temperatuur, hoe sneller.

In woningen geldt een functionele eis van 55 °C op het tappunt. Bij een circulatieleiding en bij collectieve installaties wordt 60 °C aangehouden, over de hele kring.

Zie je waar het schuurt? 55 °C ligt boven de groeigrens, maar onder de doodgrens. Het is een beheersmaatregel, geen ontsmetting. Daarom bestaat de wekelijkse thermische desinfectie: om periodiek wel boven die 60 °C uit te komen.

Staántijden voor thermische desinfectie:
60 °C gedurende 20 minuten  ·  65 °C gedurende 10 minuten  ·  70 °C gedurende 5 minuten

Belangrijk daarbij: die tijd geldt voor de hele inhoud die je wilt desinfecteren. Niet voor het moment waarop de bovenste sensor even 60 aantikt.

2. De fout die bijna niemand ziet

Vrijwel elke warmtepompboiler heeft een anti-legionellaprogramma, en dat staat meestal gewoon aan. Toch is de installatie daarmee niet automatisch veilig. Er zijn twee manieren waarop het misgaat.

De hoogte van het element

Zit het elektrische verwarmingselement te hoog in het vat, dan wordt alleen het water erbóven goed heet. Onderin blijft een laag staan die de 60 °C nooit ziet. Daar kan legionella zich rustig ontwikkelen, terwijl je regeling meldt dat de desinfectie is geslaagd.

Bij een opstelling met twee vaten — warmtepomp of zonneboiler in het eerste vat, naverwarming in het tweede — speelt hetzelfde. Het eerste vat is dan permanent lauw.

De piektap

Dit is de vervelendste, en de reden dat een halfjaarlijkse monstername hem meestal mist. Stel: het bovenste deel van de boiler staat op 65 °C, de onderkant op 40. Er wordt fors getapt: bad, twee douches achter elkaar. Het warme deel is eruit, en wat er dan volgt komt uit de koudere onderlaag. Dat water kríjgt de kans niet meer om na te verwarmen, want de tap loopt door.

Op dat moment stroomt er water uit de douchekop dat uit de groeizone komt. Precies onder de douche, waar aerosolen ontstaan — de manier waarop besmetting plaatsvindt. En het treedt alleen op bij uitzonderlijk hoge piekvraag, dus bij een reguliere controle zie je er niets van.

Wrang detail: het kan ook gebeuren tijdens een thermische desinfectie van het leidingnet, want daar is nu juist veel warm water voor nodig.

3. Wat dit betekent voor je ontwerp

  • Dimensioneer de warme bovenlaag op de werkelijke piek. Niet op het gemiddelde verbruik. Een gezin met twee tieners heeft een ander pieksgedrag dan een echtpaar, en dat is precies waar het misgaat.
  • Let op de plaats van het element. Hoe lager, hoe groter het deel dat je daadwerkelijk kunt desinfecteren.
  • Kijk of het toestel de onderlaag apart kan desinfecteren. Sommige regelingen kunnen dat periodiek en kort doen; dat vangt precies het probleem hierboven af.
  • Controleer wat het toestel écht haalt. Een deel van de warmtepompboilers komt met de compressor alleen niet boven de 60 °C en heeft het element nodig. Reken dat mee in je energieverhaal, want dat kost stroom.
  • Vergeet de mengwaterleidingen niet. Leidingdelen met lauw water en meer dan een liter inhoud vragen om aandacht; die staan permanent in de groeizone.
  • Dode leidingen zijn de klassieker. Een afgedopte tak van een verwijderde wastafel is een kweekvat. Bij elke verbouwing weer opletten.

4. Wat je bij onderhoud meet

Meten bij het tappunt vertelt je wat er bóven in het vat gebeurt. Dat is niet waar het risico zit. Loop bij onderhoud dit rijtje langs:

  1. Ingestelde boilertemperatuur — en of die niet door de bewoner is teruggezet om te besparen. Dat gebeurt vaker dan je denkt.
  2. Staat het anti-legionellaprogramma aan, en op welke dag en welke temperatuur? Noteer het in het dossier.
  3. Werkt het element? Een defect element merkt niemand, want de boiler blijft gewoon warm water leveren op 50 °C.
  4. Temperatuur onderin het vat na een normale nacht — als het toestel dat uitleest.
  5. Tijd tot 55 °C aan het verste tappunt. Duurt dat lang, dan staat er een flinke hoeveelheid lauw water in de leiding.
  6. Dode leidingen na verbouwingen. Vraag ernaar; de bewoner denkt er zelf niet aan.

Leg die waarden vast per bezoek. Een losse meting zegt weinig; een reeks over drie jaar laat zien dat er iets verschuift.

5. Het gesprek met de klant

Bewoners zetten de boiler terug om te besparen. Dat is begrijpelijk, en meestal weten ze niet dat ze daarmee aan een veiligheidsinstelling zitten.

Leg het uit in normale taal: onder de 50 graden gaat de bacterie groeien, en de wekelijkse opwarmbeurt is er om hem te doden. Zet de instelling terug en je haalt die beveiliging eruit.

Leg ook vast dát je het hebt uitgelegd, en op welke waarden je het toestel hebt achtergelaten. Wordt er later aan gedraaid, dan weet je waar je stond.

6. Waarom dit alleen maar belangrijker wordt

De richting is duidelijk: lagere temperaturen, meer buffervaten, meer warmtepompboilers, en steeds vaker een installatie waarbij warmte uit meerdere bronnen komt. Elk van die ontwikkelingen vergroot het aandeel lauw water in de woning.

Daar staat tegenover dat de eisen rond drinkwaterveiligheid eerder strenger dan soepeler worden. Als installateur zit je daar middenin: jij bepaalt bij het ontwerp of het risico beheersbaar is, en jij bent degene die het bij onderhoud kan zien.

Dat is geen last maar een kans. Een installateur die dit kan uitleggen en vastleggen, verkoopt zijn onderhoudscontract een stuk makkelijker dan een die alleen een filter komt vervangen.

Ga uit van de bron

De eisen en staántijden staan in de geldende ISSO-publicaties en in de regelgeving rond drinkwaterinstallaties; voor collectieve installaties gelden aanvullende verplichtingen rond beheersplannen en monstername. Ga voor een concreet project altijd uit van die documenten en van de opgave van de fabrikant, niet van een samenvatting — ook niet van deze.


Dit artikel is algemene technische informatie en geen vervanging van de geldende normen of van een beheersplan. Bij collectieve installaties en bij prioritaire instellingen gelden aanvullende wettelijke verplichtingen; schakel daar een gecertificeerd adviseur in. Werkzaamheden aan drinkwaterinstallaties horen te worden uitgevoerd door een vakbekwaam installateur volgens de geldende normen.

InstallatieTools
Voor installateurs, door installateurs.

Terug naar blog