De drie meter-regel bestaat niet: wat de geluidsnorm voor buitenunits echt zegt

De drie meter-regel bestaat niet: wat de geluidsnorm voor buitenunits echt zegt

In het kort

  • Sinds 1 april 2021 geldt voor buitenunits van warmtepompen en airco’s een grenswaarde van 40 dB(A) op de perceelgrens in de avond en nacht.
  • Overdag mag 45 dB(A), maar alleen als het toestel een stille modus heeft die tussen 19.00 en 07.00 uur actief is.
  • Er is geen wettelijke minimumafstand. De vuistregel van twee of drie meter staat nergens in de wet.
  • Het getal in de brochure is meestal het geluidsvérmogen. Dat is niet wat er op de erfgrens wordt gemeten.
  • Bij appartementen wordt niet op de erfgrens getoetst, maar bij te openen ramen en deuren van de buren.

Van alle klachten die na het plaatsen van een warmtepomp binnenkomen, gaat een groot deel niet over verwarming maar over geluid. En bijna altijd over dat van de buren, niet van de klant zelf.

Het vervelende is: die klacht komt bij jou terecht, en er is een wettelijke norm waar je aan getoetst kunt worden. Dit artikel gaat over wat die norm precies zegt, waar bijna iedereen zich op verkijkt, en hoe je bij de opname voorkomt dat je terug moet.

1. Wat de wet werkelijk zegt

De eis staat in het Besluit bouwwerken leefomgeving en geldt voor buitenunits die sinds 1 april 2021 zijn geplaatst bij woningen. Twee waarden:

  • 40 dB(A) tussen 19.00 en 07.00 uur.
  • 45 dB(A) tussen 07.00 en 19.00 uur, en dat mag alleen als het toestel een stille modus heeft die in de avond en nacht daadwerkelijk aan staat.

Die waarden gelden op de perceelgrens met het perceel van de buren. Niet bij de unit, en ook niet bij het slaapkamerraam van de buren. De eis geldt bij nieuwbouw én bij verbouw, en ook voor airco-buitenunits.

Twee situaties waarin het anders ligt:

  • Appartementen op hetzelfde bouwwerkperceel. Dan wordt niet op de erfgrens getoetst, maar op de plaats van een te openen raam of deur van een verblijfsgebied van de buren. Dat is een stuk strenger, want die zit meestal dichterbij.
  • Geen direct aangrenzend woonperceel. Ligt er openbare ruimte tussen, of grenst het perceel aan iets anders dan een woonfunctie, dan geldt de perceelgrenseis niet. Dat betekent niet dat je zomaar je gang kunt gaan — er blijven regels over goede ruimtelijke ordening en burenrecht — maar de toets is een andere.

2. Twee misverstanden die je duur komen te staan

Misverstand 1: “Als ik hem drie meter van de erfgrens zet, zit ik goed.”
Die regel bestaat niet. De wet noemt geen enkele minimumafstand. Hoeveel meter je nodig hebt, hangt af van het geluidsvermogen van het toestel en van de omgeving.

Dat laatste is precies waarom de vuistregel gevaarlijk is. Twee identieke units, dezelfde afstand, en toch een ander resultaat — omdat de ene vrij in de tuin staat en de andere tussen twee muren van een steeg. Harde oppervlakken kaatsen het geluid terug en kunnen er zomaar een paar decibel bovenop doen.

Misverstand 2: “In de brochure staat 52 dB, dus dan is het op vier meter wel goed.”
Het getal in de brochure is meestal het geluidsvérmogen (Lw). Wat er op de erfgrens wordt getoetst is de geluidsdrúk (Lp). Dat zijn twee verschillende grootheden en je kunt de een niet zomaar voor de ander in de plaats zetten.

Geluidsvermogen is wat het toestel uitzendt, ongeacht waar je staat. Geluidsdruk is wat er op een bepaald punt overblijft. Grofweg neemt de druk af met de afstand, maar hoeveel precies hangt af van reflecties, of de unit tegen een gevel staat, en of hij op de grond of op hoogte hangt.

De rekenmethode die je moet gebruiken staat in de Omgevingsregeling. Die is bewerkelijker dan een vuistregel, en dat is precies de reden dat vuistregels hier tekortschieten.

3. Wat je bij de opname vastlegt

Dit kost je tien minuten en het is het verschil tussen een discussie die je wint en een die je verliest:

  1. Meet de afstand tot elke perceelgrens die aan een woonperceel grenst. Niet alleen de dichtstbijzijnde — ook zij- en achterburen tellen.
  2. Fotografeer de opstelling met de omliggende muren, schuttingen en het maaiveld in beeld.
  3. Noteer het geluidsvermogen van het toestel uit de fabrikantopgave, in zowel de normale als de stille modus.
  4. Leg vast of de stille modus wordt ingesteld en tussen welke tijden. Zonder die instelling mag je overdag niet uitgaan van 45 dB.
  5. Maak een geluidsberekening voordat je offreert, niet erna. Er zijn rekentools voor.
  6. Zet de uitkomst in je offerte met de opstelling waar hij bij hoort.

Dat laatste punt is de belangrijkste. Wordt de unit later verplaatst, of komt er een schutting bij, dan geldt jouw berekening niet meer — en dat kun je aantonen.

4. Wat werkt als het te krap wordt

Kom je op papier boven de norm uit, dan zijn er ruwweg vijf routes. In volgorde van hoe vaak ze werken:

  • Andere opstelling. Verder van de grens, of de uitblaas van de buren af draaien. Dit kost niets en levert vaak het meeste op.
  • Stille modus instellen. Levert doorgaans enkele decibel op en zit standaard in de meeste toestellen. Vergeet niet dat de nachtelijke stand ook echt geprogrammeerd moet worden.
  • Trillingsdempers. Vooral belangrijk bij montage tegen een gevel of op een aanbouw: constructiegeluid door de muur is een andere klacht dan luchtgeluid, en de norm dekt die niet.
  • Geluidsomkasting of scherm. Werkt, maar let op: een omkasting die de luchtstroom beperkt kost rendement, en soms doorkruist hij de vrije zone die bij propaan nodig is. Controleer dat vóór je het toezegt.
  • Ander toestel. De laatste stap, maar bij een krappe stadstuin soms de enige echte oplossing.

Wat je niet moet doen is de unit vlak onder een slaapkamerraam van de buren zetten met de gedachte dat het wel meevalt omdat de erfgrens verder weg ligt. Formeel kan dat kloppen; in de praktijk krijg je die klacht toch, en dan sta je met lege handen.

5. Het gesprek met de klant

Er zit een verwachting bij klanten dat een warmtepomp onhoorbaar is. Dat is hij niet. Veertig decibel is ongeveer het zoemen van een koelkast: zacht, maar in een stille achtertuin op een zomeravond wel degelijk hoorbaar.

Benoem dat vooraf. Een klant die weet dat hij iets gaat horen en het daarna zacht vindt meevallen, is tevreden. Een klant die verwachtte niets te horen, belt.

En één praktische tip die zichzelf terugbetaalt: adviseer je klant om de buren even te laten weten dat er een unit komt. De meeste geluidsklachten die escaleren, beginnen niet bij decibellen maar bij verrassing.

Ga uit van de bron

De precieze eisen staan in artikel 4.107 en 5.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving, met de rekenmethode in de Omgevingsregeling. Welke situatie op jouw project van toepassing is — erfgrens, verblijfsgebied of geen eis — hangt af van de perceelindeling. Ga daar altijd van de regelgeving zelf uit en niet van een samenvatting, ook niet van deze.


Dit artikel is algemene informatie en geen akoestisch advies. Bij twijfel over de haalbaarheid van de norm schakel je een akoestisch adviseur in. Werkzaamheden aan warmtepompinstallaties horen te worden uitgevoerd door een vakbekwaam installateur.

InstallatieTools
Voor installateurs, door installateurs.

Terug naar blog