De meterkast is niet meegegroeid: het grote plaatje in de elektrotechniek, en twaalf dingen die je dag korter maken

De meterkast is niet meegegroeid: het grote plaatje in de elektrotechniek, en twaalf dingen die je dag korter maken

Tien jaar geleden was een woninginstallatie een rustige klus. Een kookgroep, een wasmachine, wat licht en stopcontacten, en met 1×35 ampère kwam je een heel mensenleven ver.

Diezelfde woning heeft er inmiddels een inductiekookplaat, een warmtepomp, zonnepanelen, een laadpunt en soms een thuisbatterij bij gekregen. Vier van die vijf zijn er na 2018 bij gekomen. De meterkast is niet meegegroeid.

Daar zit het werk van de komende jaren, en daar zitten ook de meeste fouten. Hieronder het grote plaatje, en daarna de dingen die in de praktijk het verschil maken.

Het grote plaatje: alles wil tegelijk vermogen

Reken eens door wat er op een gemiddelde woensdagavond kan samenvallen:

Verbruiker Stroom
Inductiekookplaat, twee zones vol circa 16 A
Laadpunt 11 kW 3×16 A
Warmtepomp op een koude avond circa 10 tot 16 A
Vaatwasser en wasdroger circa 10 A samen

Bij 1×35 A is dat geen krappe situatie maar een onmogelijke. Zelfs 3×25 A loopt vol als niets terugregelt.

De oplossing die klanten als eerste noemen — verzwaren — is lang niet altijd beschikbaar en bijna nooit snel. Netbeheerders hebben wachttijden, en in delen van het land is er gewoon geen ruimte. Daarmee verschuift je vak van aansluiten naar verdelen. Load balancing, prioriteiten stellen, en de klant uitleggen waarom zijn auto 's nachts laadt en niet tijdens het koken.

Dat is geen noodoplossing. Het is de nieuwe normaal, en wie het goed uitlegt verkoopt het ook goed.

Welke norm geldt er eigenlijk?

Een vraag die bij elke keuring terugkomt en waar veel misverstand over bestaat.

Belangrijk om uit elkaar te houden: de laatst uitgegeven editie van NEN 1010 is niet automatisch de editie die wettelijk is aangewezen. De bouwregelgeving wijst een specifieke editie aan, en die loopt doorgaans achter op de nieuwste uitgave. Kijk dus na welke editie op dit moment is aangewezen in plaats van ervan uit te gaan dat het de nieuwste is.

En het tweede punt: bij een uitbreiding of wijziging geldt de norm voor die uitbreiding én voor de delen van de bestaande installatie die erdoor worden beïnvloed. Een laadpunt bijplaatsen betekent dus niet dat je de hele installatie moet vernieuwen, maar wél dat je moet vaststellen of de hoofdverdeling, de aardlekbeveiliging en het voedingspunt die extra belasting aankunnen.

Dat vaststellen is werk, en dat werk is factureerbaar. Veel installateurs doen het wel en rekenen het niet.

Twaalf dingen die je dag korter maken

1. De nul op de verkeerde rail

De meest tijdrovende storing in een nieuwe groepenkast. De aardlek schakelt direct af, alles lijkt goed aangesloten, en je zoekt je suf. Controleer bij elke groep of de nul naar de rail van dé aardlek gaat waar ook de fase onder hangt.

2. Potentiaalvereffening wordt vergeten omdat de waterleiding kunststof is

Begrijpelijk, maar de cv-leiding is er meestal nog wel. Loop het na voordat je de kast dichtschroeft — het is twee minuten werk en het staat in elk inspectierapport.

3. Test de aardlek niet alleen met de testknop

Die knop toetst de mechaniek, niet de aanspreekstroom of de afschakeltijd. Een verouderde aardlek kan prima klikken en toch te laat of te vroeg aanspreken. Meet hem door met een installatietester.

4. Spanningsval is bij lange leidingen maatgevend, niet de stroom

Een tuinhuis of een laadpunt achter in de oprit: daar bepaalt de spanningsval de doorsnede, niet de belasting. Reken het na vóórdat je de sleuf graaft. Terugkomen om een zwaardere kabel te trekken kost een dag.

5. Bij een laadpunt is een gewone aardlek type A niet genoeg

Een laadpunt kan gelijkstroomlekstromen veroorzaken, en die verblinden een type A. Je hebt een type B nodig, óf een type A in combinatie met een laadpunt dat zelf aantoonbaar DC-lekstroomdetectie heeft. Dat tweede is vaak goedkoper — maar dan moet je het wel kunnen aantonen, en dat staat in de documentatie van het laadpunt, niet op de doos.

6. Load balancing meet op de hoofdtoevoer

De stroomsensoren horen op de hoofdtoevoer, achter de meter en vóór de groepen. Zet je ze op de laadgroep, dan meet het laadpunt alleen zichzelf en regelt hij nooit terug. Test het door bewust een zware verbruiker in te schakelen en te kijken of het laadvermogen zakt.

7. Meet de isolatieweerstand met de elektronica eraf

Een isolatiemeting van 500 V sloopt led-drivers, dimmers en sommige toestellen. Koppel af wat af kan en noteer wat je hebt afgekoppeld — anders zoekt de volgende monteur waarom de tuinverlichting het niet doet.

8. Gebruik een lekstroomtang bij een aardlek die "zomaar" valt

Negen van de tien keer is het geen defect maar een optelsom. Al die elektronica lekt een beetje; samen komen ze in de buurt van de aanspreekstroom. Meet per groep, en je hebt het in tien minuten in plaats van drie bezoeken.

9. Omschrijf groepen vanuit de bewoner, niet vanuit de kast

Niet "groep 5" maar "keuken werkblad". Niet "wcd achter" maar "stopcontacten woonkamer en tuin". Het kost je twee minuten en het scheelt de klant over drie jaar een telefoontje — of jou een rit.

10. Maak een foto van de open kast voordat je hem sluit

Zet hem in het dossier van die klant. Bij de volgende storing weet je binnen een minuut hoe het zit, ook als een collega gaat. Dit is de goedkoopste tijdwinst in het hele vak.

11. Selectiviteit wordt zelden uitgewerkt

Bij een fout in een eindgroep hoort die eindgroep eruit te vallen, niet de hoofdbeveiliging. In woningen gaat dat meestal vanzelf goed; in utiliteit en bij zwaardere installaties niet. Het is een van de punten die bij een inspectie het vaakst terugkomt.

12. Laat een opleverrapport achter, ook als niemand erom vraagt

Isolatieweerstand, doorgaande verbinding van de aarde, lusimpedantie per groep, aardlektest met tijd en stroom. Dat is tien minuten extra en het is het enige bewijs dat jouw werk goed was toen jij wegging. Bij discussie, bij verzekering, bij verkoop van de woning.

Het is bovendien een verkoopargument waar niemand mee concurreert: de meeste klanten hebben nog nooit een rapport gekregen.

Drie dingen die geen techniek zijn maar wel geld kosten

Meerwerk vastleggen op de dag zelf. Niet aan het eind van de week. Wat je op de klus niet opschrijft, krijg je niet betaald — of je moet erover gaan discussiëren, en dat kost nog meer.

Reken voorbereiding mee. De spanningsval narekenen, de aansluitwaarde toetsen, uitzoeken welke aardlek bij dat laadpunt hoort: dat is engineering. Een uur voorbereiding voorkomt een dag terugkomen, en hoort gewoon in de offerte.

Zeg nee tegen een installatie die je niet kunt verantwoorden. Een uitbreiding op een installatie zonder aarde, of een laadpunt op een aansluiting die het niet trekt: daar kun je beter van afzien dan het "zo goed mogelijk" doen. Jij staat met je naam onder die installatie, soms jaren later.

Waar het heen gaat

De woning wordt een klein energiesysteem: opwekking op het dak, opslag in de bijkeuken of in de auto, verwarming die elektrisch is, en een aansluiting die het allemaal moet verdelen. Dat vraagt een ander soort elektrotechnicus dan tien jaar geleden — iemand die niet alleen aansluit, maar ook rekent, meet, uitlegt en vastlegt.

Dat is goed nieuws. Dat werk kan niemand uitbesteden, en het laat zich niet wegconcurreren op prijs.


Spanningsval, afschakeltijd, kabeldoorsnede en laadpuntvermogen narekenen kan met de rekenmodules in Calqo — gratis te proberen, zonder account. De uitkomsten zijn een voorselectie en vervangen geen normberekening.

InstallatieTools
Voor installateurs, door installateurs.

Terug naar blog